Goes is een stad op het schiereiland Zuid-Beveland, centraal gelegen in de Nederlandse provincie Zeeland. De stad Goes telt 26.920 inwoners (2010), en de gemeente 36.816 inwoners. Goes is tevens de hoofdplaats van de gelijknamige gemeente Goes. Goes is de zusterstad van het Litouwse Panevežys.
Goes is in de tiende eeuw ontstaan aan de rand van een kreek genaamd de Korte Gos. Het op een kreekrug gebouwde dorp groeit snel en reeds in de 12de eeuw is er sprake van een marktplein en een aan Maria gewijde kerk. Door de snelle groei krijgt Goes in 1405 stadsrechten van Willem VI van Holland en in 1417 officieel toestemming om zich te versterken met stadsmuren en een stadsgracht. De welvaart van de stad is gebaseerd op lakennijverheid en de winning van zout, dat uit veen gewonnen wordt. In de zestiende eeuw gaat het Goes minder voor de wind. De verbinding met zee verzandt en in 1554 vernietigt een grote brand het noordwestelijk deel van de stad.
Begin 1572 nemen de Spanjaarden de stad in, de op dat moment heersende gouverneur van Walcheren (in naam van Willem de Zwijger), Jerome Tseraerts onderneemt met Engelse huurlingen een poging de stad te heroveren. Dit werd geen succes door voedsel- en munitietekorten en de belegering werd ontbonden. In 1577 verlaten de Spaanse troepen die op dat moment de stad bestuurden Goes, en de stad werd door Prins Maurits van Nassau ingenomen. Deze laat een verdedigingsgordel om Goes aanleggen die tegenwoordig nog gedeeltelijk aanwezig is. In de eeuwen hierna speelt Goes geen belangrijke rol behalve die van agrarisch centrum van Zuid-Beveland. In 1868 krijgt Goes een treinverbinding. Dit leidt echter niet zoals bij veel steden tot industrialisatie. De economie blijft zich richten op dienstverlening en distributie. Eveneens blijft de agrarische sector een belangrijke rol spelen tot de dag van vandaag.